PAS Parental alienation syndrome

Wat

Het ouderverstotingssyndroom of oudervervreemdingssyndroom, een vertaling van het Engelse Parental Alienation Syndrome, is een niet algemeen erkend syndroom bij kinderen, als wordt vastgesteld dat zij een van hun ouders stelselmatig afwijzen. Het verschijnsel komt vooral voor bij kinderen van gescheiden ouders met aanhoudende onderlinge conflicten, waarbij een kind gaandeweg onder invloed van de ene ouder de andere ouder afwijst of verstoot in diverse gradaties: van vermijden via laster tot regelrechte uitvallen tegen die ouder. Als syndroom is het voor het eerst beschreven door de Amerikaanse psychiater Richard A. Gardner (1931-2003).

Het ouderverstotingssyndroom is een afwijking die zich bijna uitsluitend voordoet bij conflicten rond ouderlijk gezag. Primair kenmerk is de lastercampagne die het kind voert tegen een ouder, een campagne waar geen geldige reden voor is. Het is het resultaat van de combinatie van de indoctrinatie door een programmerende (hersenspoelende) ouder en de eigen bijdragen van het kind aan de verkettering van de ouder die het doelwit is. Als er daadwerkelijk sprake is van mishandeling en/of verwaarlozing door een ouder, kan de vijandschap van het kind terecht zijn, waardoor een categorisering onder ouderverstotingssyndroom niet van toepassing is.
 
Kenmerken van het ouderverstotingssyndroom:

    regelmatige minachtende uitingen tegen de ouder waar het kind niet (dagelijks) verblijft
    zwakke of onzinnige redenen voor deze minachting
    het ontbreken van ambivalente gevoelens (de ene ouder is louter goed, de andere louter slecht)
    een nageprate ‘geheel eigen mening‘ van het kind
    reflexmatige steun aan de verzorgende ouder in het ouderconflict
    afwezigheid van schuldgevoelens over het gedrag en de houding ten opzichte van de afgewezen ouder
    citeren van onbegrepen woorden
    uitbreiding van de vijandschap tot de familie van de afgewezen ouder.

In de relatie met pleegouders en adoptieouders worden soms vergelijkbare problemen geconstateerd. Een aantal auteurs hebben er op gewezen dat ook binnen niet opgebroken gezinnen ouderverstoting kan optreden.

Gardner onderscheidt drie gradaties die volgens hem elk een specifieke juridische en therapeutische behandeling vereisen. De hoeveelheid en ernst van de optredende kenmerken bepalen de ernst van het syndroom. In milde gevallen vindt nog geregeld, bijna normaal, contact plaats met de afgewezen ouder en kan door goede begeleiding van beide ouders en het kind verdere problematiek worden voorkomen. In matige gevallen is sprake van meer stelselmatige breuken in het contact en dient therapeutisch ingegrepen te worden. Bij weinig perspectief dient dan ook juridisch te worden ingegrepen. In ernstige gevallen is ook juridisch ingrijpen en verandering van gezag of hoofdverblijf onvermijdelijk. Soms kunnen overgangssituaties worden gecreëerd in speciale voorzieningen.

Het ouderverstotingssyndroom, een vertaling van het Engelse Parental Alienation Syndrome (PAS), is een — weliswaar niet door de American Psychiatric Association erkende — syndroom bij kinderen, als wordt vastgesteld dat zij een van hun ouders stelselmatig afwijzen. Het ouderverstotingssyndroom komt vooral voor bij kinderen van uit de echt gescheiden ouders en aanhoudende conflicten tussen hen, waarbij een kind gaandeweg onder invloed van de ene ouder de andere ouder onterecht verstoot in diverse nuances: van vermijden over laster tot uitvallen tegen die ouder. Het gebeuren is voor het eerst beschreven door de Amerikaanse psychiater Richard A. Gardner (1931-2003) als syndroom — met name die classificatie staat nog altijd ter discussie. (http://nl.wikipedia.org/wiki/Ouderverstotings...

Ouderverstoting (of oudervervreemding) wordt vaak ook gekenmerkt door een Kind foto van Niamh Ellenziekelijke binding tussen een van de ouders (meestal maar niet noodzakelijk de inwonende moeder) en een kind, met uitsluiting van de andere ouder (meestal maar niet noodzakelijk de uitwonende vader). Volgens de definitie van de naamgever van het syndroom, de Amerikaan Gardner (1998) is het ‘een stoornis bij kinderen die primair optreedt in het kader van een juridische strijd om het ouderlijk gezag’.

PAS wordt o.a. gekenmerkt door een lastercampagne van de ene ouder  en het kind tegen de andere ouder, het bij de kinderen ontbreken van ambivalente gevoelens: zij zien vader als 100 procent slecht en moeder als 100 procent goed, het feit dat de kinderen geen enkel schuldgevoel hebben over hun gedrag tegenover de afgewezen ouder, meestal vader dus.

De versmade ouder is in 90% van de gevallen de vader en in l0% de moeder. Maar ter vereenvoudiging hanteert Gardner meestal maar het woord 'vader' om niet permanent in juistere maar ook omslachtige woordcombinaties als 'verstoten ouder' of 'vervreemde ouder' te moeten vervallen. Om diezelfde reden lijkt het ook wel verantwoord om 'parental alienation syndrome' (PAS) vereenvoudigd te vertalen met 'vaderverstotingssyndroom'

PAS is een verstoring die meestal  exclusief ontstaat in een dispuut om het gezag om een kind.  Meestal gaat het om de vader en de moeder, soms ook de grootouders.  Maar het gaat altijd om een gezagskwestie. Het gaat om twee componenten. Ten eerste is er sprake van het systematisch hersenspoelen van het kind, een campagne van denigreren van de ene ouder door de andere. De tweede component, en dit is belangrijk, is de eigen bijdrage van het kind.  Het syndroom van ouderverstoting is de echtscheidingsziekte bij uitstek.  Elk kind heeft daar in meer of mindere mate last van. Er ontstaat een verwijdering tussen de kinderen en de niet verzorgende ouder. Vaak gebruikt de verzorgende ouder allerlei manieren om die oudervervreemding zo groot mogelijk te maken. Daartoe aangemoedigd zal ook het kind hierin een rol vervullen en ontwikkelt zich bij het kind het zogenaamde Ouderverstotingssyndroom: het Parental Alienation Syndrome (PAS).   Dit syndroom kan het verdere hele leven van het kind sterk beïnvloeden, maar kan ook in de volgende generatie merkbaar zijn. De stoornis bestaat uit hysterie, in ernstige gevallen uit paranoia. Bovendien handelt een kind dat zonder reden een ouder verstoot, consequent tegen zijn belang in en ook dat wijst niet op geestelijke gezondheid. Gardner benadrukt dat PAS niets te maken heeft met die kinderen die om een gegronde reden (b.v. ernstige mishandeling of verwaarlozing) een ouder verstoten. In die gevallen is verstoting immers een normale reactie, zij wordt pas een stoornis als zij niet gegrond is en tegen het eigen belang indruist.  (http://users.telenet.be/SBO/SBO/het_pas_syndroom.htm)

Johnston (2006) heeft een instrument ontworpen met 50 items om de mate van vervreemding bij kinderen te meten. Er is een instrument voor kinderen en een voor ouders. Voorbeelden van gehanteerde items zijn:

1. Spreekt het kind alleen maar zeer negatief over de uitwonende ouder?

2. Beschouwt het kind de uitwonende ouder niet als familielid?

3. Heeft het kind argumenten voor de laster tegen de uitwonende ouder?

4. Gelooft het kind alles wat de inwonende ouder zegt?

5. Zegt het kind dat het helemaal zelf de uitwonende ouder afwijst?

6. Zoekt het kind steeds bevestiging bij de inwonende ouder?

7. Voelt het kind zich in het geheel niet schuldig over de afwijzing van de uitwonende ouder?

8. Spreekt het kind zichzelf voortdurend tegen?

9. Was de band met de uitwonende ouder voor de scheiding goed?

Onderzoek in de VS en in Nederland, concludeert dat een hoge mate van oudervervreemding bij ongeveer 10 procent van de scheidingskinderen voorkomt. De negatieve houding van het kind treft meestal de vader omdat deze doorgaans de uitwonende ouder is. Johnston concludeert dat vervreemde kinderen significant meer risico lopen op een ongunstige ontwikkeling zoals depressie, een laag zelfbeeld en een hoog drugs- en alcoholgebruik.

Ook in het onderzoek S&G2010 is op basis van het instrument van Johnston de mate van oudervervreemding gemeten bij scheidingkinderen. Net als in de VS blijkt hier een sterke mate van oudervervreemding bij bijna 10 procent van de scheidingskinderen voor te komen. Het onderzoek bevestigt eveneens de overige resultaten uit de VS. Hoe sterker de mate van oudervervreemding hoe hoger de mate van angst, depressie en agressie bij kinderen. Een lichte of matige vorm van oudervervreemding (hoewel zeker niet gunstig) heeft voor kinderen nog niet zoveel negatieve gevolgen, een sterke mate van oudervervreemding heeft dat echter wel. Overbodig te zeggen dat oudervervreemding hoe dan ook als zeer negatief wordt ervaren door de uitwonende ouder.  Dat is dus meestal de vader en geen wonder dat de vaderbeweging herhaaldelijk waarschuwt voor de negatieve gevolgen van PAS en de moeder als de schuldige aanwijst (Zander, 2011).

Bronnen

http://www.nieuwgezin.info/2012/11/02/ouderve...

https://nl.wikipedia.org/wiki/Ouderverstoting...

 

 

Mogelijke hulpverlening en tips

Gardner onderscheidt 3 gradaties die elk een specifieke juridische en therapeutische behandeling vereisen. De hoeveelheid en ernst van de optredende kenmerken bepalen de ernst van de ziekte. In milde gevallen vindt geregeld, bijna normaal, contact plaats met de verstoten ouder. In matige gevallen is sprake van meer stelselmatige breuken in het contact en dient therapeutisch ingegrepen te worden. Bij weinig perspectief dient dan ook juridisch te worden ingegrepen. In ernstige gevallen is ook juridisch ingrijpen en verandering van gezag of hoofdverblijf onvermijdelijk. Soms kunnen overgangssituaties worden gecreëerd in speciale voorzieningen.

VerdrietPreventie van ouderverstotingssyndroom dient voorrang te hebben op curatie. Prinsen legt er de nadruk op dat de rechterlijke macht het probleem kan oplossen. In het familierechtsysteem ligt de bron van het probleem. Therapie achteraf is vaak gebaseerd op een misvatting of leidt af van de aanpak van de bron. Gardner schreef daarover: "Het onderzoek bevestigt eveneens mijn eerdere waarneming dat traditionele therapie weinig tot geen waarde heeft voor het overgrote deel van de PAS-kinderen. In feite maakt die therapie de situatie meestal erger, omdat traditionele therapeuten normaliter juist het tegenovergestelde doen van wat PAS-kinderen nodig hebben. Zander beschreef een lijn van maatregelen lopend van preventief naar curatief waarbij de nadruk ligt op het curatieve aspect na de erkenning van het probleem. Lees hier verder

Gardner geeft in zijn boek The Parental Alienation Syndrome (Richard A.Gardner,Uitg. Creative Therapeutics, Cresskill, N.J., U.S.A. 1992) (blz. 246) een tien bladzijden lang voorbeeld van de uiterst moeizame therapeutische behandeling van Gloria en Ned en hun kinderen waarin Gloria de zaak in het begin op alle manieren saboteert en de therapeut zachtmoedigheden als "stomme idioot, je verpest mijn kinderen" naar het hoofd slingert. Maar uiteindelijk weet deze met moed en volharding de kinderen toch weer tot normale omgang met de vader te brengen. Al verzucht hij wel: "Sommige lezers hebben bij dit behandelingsvoorbeeld vast gedacht dat er binnen of buiten de psychiatrie waarachtig wel een prettigere manier is om aan de kost te komen. En dat vind ik zelf ook. Het is weerzinwekkend en af en toe vernederend... Maar voor ernstige verstotingsgevallen is het de enige behandeling die ik ken. En in alle beroepen moet soms vuil werk gedaan worden...Door dit te verdragen kan het leven van jonge mensen worden beveiligd, kan verhinderd worden dat een kind blijvend vervreemdt van een ouder: zijn kostbaarste bezit." Dat alles is wel afhankelijk van de medewerking van de rechterlijke macht. "Ik ken geen beter voorbeeld van de Vrouw kijktwaarde van de samenwerking van psychiatrie en recht dan de behandeling van het verstotingssyndroom". Maar in de praktijk valt dat niet altijd mee: "Een klacht die ik over veel rechters heb, is de traagheid van de uitspraken. In veel gevallen komt dat omdat een rechtbank overbelast is of omdat een advocaat de zaak vertraagt maar ik heb ook te veel zaken meegemaakt waarin de uitstelmanoeuvres van de rechters zelf kwamen. Veel rechters zijn besluiteloos en vinden steeds weer redenen om het vonnis voor zich uit te schuiven".

Om beter achter de waarheid te komen stelt Gardner voor om de partijen tijdens de zittingen van het proces met elkaar en elkaars verklaringen te confronteren. Een goede ontwikkeling acht Gardner de echtscheidingsbemiddeling. Kan wetgeving misschien helpen het verstotingssyndroom in te perken of te voorkomen? Ook daar heeft Gardner een uitgesproken mening over: "Weinig mensen zullen eraan twijfelen dat mannen in onze samenleving meer macht hebben dan vrouwen. Ook heeft de vrouw het op weinige uitzonderingen na financieel moeilijker dan de man". "Vaak heb ik de laatste jaren het gevoel gehad dat wij de vroegere voorrang van de moeder beter niet overboord hadden kunnen zetten...De nieuwe gelijkheid heeft ouders en kinderen veel leed berokkend...vooral de gelijke rechten van vader en moeder op de zorg en het wijdverbreide enthousiasme voor het gedeelde gezag. Het vechten om het gezag is sinds het midden van de jaren 70 dramatisch toegenomen en dat is zonder enige twijfel het gevolg van die twee ontwikkelingen" (http://www.scheiding-omgang.nl/kinderen/ouder...)

Ook voor Vlaanderen en Nederland bestaan er vormen van scheidingsbemiddeling (zie therapievormen). Over het algemeen bieden ze goede resultaten als beide partijen van goede wil zijn.

Bronnen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Ouderverstoting...

 

Meer informatie

Hieronder vindt u links naar websites met meer info over de beschreven thematiek. Onze excuses mochten bepaalde links niet meer werken of indien de aangeboden info niet meer juist is.  De webmaster van deze website is niet verantwoordelijk voor de inhoud die op de doorgelinkte pagina's wordt aangeboden. Wenst u correcties mee te delen kan dat via het contactformulier met duidelijke opgave van de suggestie.

De invloed en gevolgen van het Parental Alienation Syndrome op het functioneren van adolescenten na een ouderlijke echtscheiding Lees hier verder

http://nl.wikipedia.org/wiki

http://www.nieuwgezin.info

http://joepzander.nl

http://www.stichtingkog.info

http://www.scheiding-omgang.nl

http://www.sbo.be/PSYCHOLOGIE/pas.htm

Inzake bemiddeling

Bemiddeling in familiezaken scheidingsbemiddeling. Lees hier de brochure

De bemiddeling : een alternatief voor de rechtbank Federale overheidsdienst justitie. Lees hier de brochure

Bemiddeling in familiezaken : echtscheidingsbemiddeling. Lees hier de brochure

(Bron  brochures : SBO Steunpunt blijvend ouderschap)

Zoek hulpverlener

Klik hieronder op de seksuologische problematiek om alle seksuologen/seksuologische hulpverleners te vinden die rond deze thematiek werken. Vindt u niets bij deze term, dan is in deze database (nog) geen hulpverlener aanwezig die specifiek rond deze problematiek werkt.

Wenst u een hulpverlener in uw nabijheid te vinden, kies dan 'zoeken op specialisatie problematiek' en kies 'kaart' of 'lijst' uit het menu aan de rechterkant.


logo creative commonsDisclaimer en copyrights klik hier  © De copyrights van de hier weergegeven tekst rusten bij de oorspronkelijke auteur(s). Geen overname tenzij met toestemming van de oorspronkelijke auteur(s). De informatie/foto's werden soms (letterlijk) ontleend aan andere internet/literatuurbronnen of zijn aangepast naar andere internet/literatuurbronnen. Onderaan de informatie vindt u telkens zoveel mogelijk de originele bronnen voorzover ons bekend. Er is geen enkel commercieel, doch louter een informatief en educatief opzet. Inden er auteursrechterlijke schendingen zijn, zijn die onvrijwillig door onbekendheid/onwetendheid en niet met opzet gebeurd. Mocht u het ongepast vinden dat uw eigen informatie/foto's op deze website worden vermeld of is er geen correcte bronvermelding naar uw informatie, contacteer dan info@seksuologischehulpverlening.info  met opgave van de betrokken schending van copyrights. De info zal dan zo snel mogelijk aangepast en/of verwijderd worden.

Kennis is er om te delen, niet om te bezitten.